17 februari 2010
Wij hebben de kennis, hun hebben de angst
Voelde je het even kriebelen toen je de titel las? Geen zorgen, dat is heel normaal.
“Hun hebben moeite met veranderingen.” Volgens taalwetenschapper Helen de Hoop zal dit geen ongebruikelijke zin zijn in een college over autisme over een x aantal jaar.
Haar observatie is dat ‘hun’ als onderwerp al 100 jaar gebruikt wordt maar dat het nu ook echt in opmars is en dat het niet meer te stoppen is. De commotie die als gevolg daarvan is ontstaan, doet mij realiseren dat het niet alleen de autisten zijn die moeite hebben met veranderingen.
Helaas voor ons mensen zorgt wetenschap continu voor veranderingen en daarmee voor nieuwe angsten. Angst is geen aangenaam gevoel en mensen hebben hier dan ook grote weerstand tegen. Dit verschijnsel is al eeuwen oud, we kunnen bijvoorbeeld denken aan Copernicus en Darwin. En nu dus in het klein bij prof. Helen de Hoop.
Interessant verschil in dezen is dat zowel Copernicus als Darwin met nieuwe ideeën kwamen, terwijl De Hoop in feite alleen maar bevestigt wat er al is. Dat dit verschil in praktijk maar weinig uitmaakt, werd gedemonstreerd door minister Plasterk in De Wereld Draait Door op negen februari. “Ik laat het mooi niet toe!” was zijn reactie. Een reactie die mogelijk niet al te intelligent was, maar wel een die volledig inspeelde op de angst voor deze verandering.
Doen wij (bijvoorbeeld als wetenschappers) wel genoeg? Wij zijn bezig met verklaren, maar daarmee nemen we de angst niet weg. Zouden we niet ook kunnen – en misschien zelfs wel moeten – proberen om die angst weg te nemen?
Een voorbeeld van wetenschap als ontmanteling van angst is volgens prof. Bais (theoretisch natuurkundige) de ontdekking dat onweer een natuurverschijnsel is. Maar is onweer wel werkelijk minder eng als blijkt dat het een natuurverschijnsel is? Zolang je denkt dat onweer een straf van God is, heeft het een enge kant (een boze God boezemt immers angst in) maar het geeft ook een bepaalde controle: ‘zolang ik goed leef, zal God mij niet straffen’ en soms een gevoel van berusting als het toch fout gaat: ‘het was Gods wil’.
Als de wetenschap ons vertelt dat onweer een willekeurige uiting van de natuur is, zorgt dat naar mijn mening eerder voor meer angst. Pas op het moment dat je gaat uitleggen waarom het geruststellend zou kunnen zijn dat het een natuurverschijnsel is, dat het niet persoonlijk gericht is en dat het nog steeds mogelijk is om er enige invloed op te uit te oefenen in de vorm van een ‘heidense staaf’, wordt het minder eng.
Om terug te komen op mijn eigen voorbeeld: Als mens merk ik dat ook ik moeite heb met het accepteren van taalveranderingen zoals ‘hun hebben’, als taalwetenschapper in spe kan ik echter beredeneren dat de angst voor deze verandering niet terecht is. De taal verloedert niet door een verandering zoals deze, het is nog steeds mogelijk om je identiteit te laten zien en op gebied van communicatie is het eerder een voordeel dan een nadeel. Deze dingen weet ik alleen omdat mij geleerd wordt zo te denken. Voor mij is het wel een geruststelling maar niet iedereen leert zo te denken.
Prof. Bais ziet het rationeel denken en verklaren als ontmanteling van angst. Ik denk dat verklaren alleen niet genoeg is. Verklaren dat onweer een natuurverschijnsel is, is niet genoeg. Verklaren dat het eigenlijk logisch is dat mensen ‘hun hebben’ zeggen, is niet genoeg. Om de angst bij het grote publiek weg te nemen, moeten we een vollediger plaatje geven. Ik ben van mening dat we als wetenschappers ook de taak hebben om die angst weg te nemen. Wij zijn uiteindelijk degene met de kennis, nietwaar?
Deze keer (woensdag 17 februari 2010) geheel verzorgd door Lorijn.


Op 19 februari 2010 om 16:03 zei Jurjen :
Onze taal is al een wirwar van regels en uitzonderingen… Om nou ook al een datiefvorm te accepteren waar een nominatief hoort te staan, gaat wel heel erg ver. Het schijnt te komen door invloeden uit Arabische talen, waar dit anders werkt (kan dit echter niet bevestigen met een bron). In andere landen schijnen ze hier minder last van te hebben (Frans, Duits). Of dat zegt iets over ons onderwijs of over de overmulticultisering(?) van ons land.
Op 19 februari 2010 om 20:07 zei Lorijn :
Nee, het komt door het dialect uit Nijmegen. Vroeger zeiden ze daar “hullie”, toen dienstmeisjes bij rijke mensen kwamen hoorden ze vaak het gebruik van “hun” en hebben ze daar “hun hebben” van gemaakt. (even een kort door de bocht uitleg, het is natuurlijk iets gecompliceerder) Dit gegeven het feit dat het al 100 jaar gebeurt, zegt dus niet zoveel over ons multi-culti land.
Verder zijn taalveranderingen heel normaal (lees maar eens een tekst van 200 jaar geleden.. of zelfs van 50 jaar geleden) dus het heeft ook niet zoveel te maken met regels, uitzonderingen en het moeilijker/makkelijker of beter/slechter maken van de taal.
Wat verder natuurlijk niet wegneemt dat je het niet (net als ik overigens) bijzonder lelijk kunt vinden.
Op 20 februari 2010 om 10:39 zei Frank :
Als ik mensen ‘hullie’ hoor gebruiken moet ik helemaal stilletjes huilen. Natuurlijk is taal. zoals alles, onderhevig aan veranderingen en dergelijke, maar waarom is een Engelse tekst van 250 jaar oud zoveel beter te lezen dan een oude Nederlandse tekst van dezelfde leeftijd? Blijkbaar verandert niet alles even snel?
Op 20 februari 2010 om 14:59 zei John :
hUlLiE mOeTuH gEw00n NiEdT s0 hUili3 d0En!!!!
Taal is en blijft aan verandering onderhevig. Het wordt misschien hooguit tijd dat mensen zich hier op wst een wat meer gaan verdiepen in de nieuwe taal. Al die stukjes worden nog door van die fossielen geschreven die niet met hun tijd meegegaan zijn
jE wEeDt t0Ch!!!!
Op 20 februari 2010 om 17:12 zei Joen :
En toch is er wel een verschil tussen goed en slecht taalgebruik. En dan niet zozeer in termen van spelling of al dan niet datief gebruiken als nominatief, maar wel in woordkeus en zinsbouw. Spreken of schrijven in kromme zinnen met slechts de simpele woordjes geeft veel minder ruimte voor expressie of precisie. Nou beweer ik niet dat het archaische taalgebruik beter is, maar genoeg kennis van een taal om je degelijk uit te kunnen drukken lijkt me essentieel. En helaas gaat het verwisselen van naamvallen en andere zogenaamde ‘taalverloederingen’ nogal eens samen met een groter verlies van taalgevoel.
Op 21 februari 2010 om 13:57 zei Lorijn :
@Joen: Gevoelsmatig ben ik het met je eens. Toch wordt mij tijdens m’n colleges geleerd dat mensen taal aanpassen aan hun behoeften. En eigenlijk is dat wel logisch. Het houdt praktisch in dat mensen woorden zullen hebben voor dat waar ze over willen communiceren. Neem een voorbeeld zoals ‘jaloezie’ en ‘afgunst’. Veel mensen weten niet wat het verschil is en zullen in beide gevallen het woord ‘jaloezie’ gebruiken. Maar zodra ze het verschil willen communiceren is er een woord voor, en als dat er niet is dan wordt het wel bedacht (150 jaar geleden bestond het woord computer ook nog niet in onze taal). Mensen houden de taal in stand als communicatiemiddel en *het* idee van taal is juist dat je alles kunt communiceren als je dat wil. En dat is ook het geval. Mensen die iets willen uitdrukken, kunnen dat nog steeds.
Zoals ik al schreef in m’n stukje: met m’n verstand kan ik beredeneren dat dit niet heel dramatisch is. Maar ja, leeeeeee-lijk! =)
Algemene opmerking: Dit stuk is geschreven als column voor het vak wetenschapsfilosofie. Voor dat vak moet ik elke week een column schrijven en dit jaar is het thema “angst” dus dat is een thema dat vaker terug zal komen in m’n stukjes in de komende twee maanden.
Op 21 februari 2010 om 23:57 zei Joen :
@Lorijn: Ik snap wel dat mensen hun taalgebruik naar behoefte aanpassen, en dat er ook nieuwe woorden zullen ontstaan als deze nodig zijn. Het jammere is echter dat niet iedereen dezelfde behoeftes heeft. Wat de een prima taal vindt, vindt de ander erg gebrekkig. Dus ik vind dat je het wel degelijk kunt betreuren dat mensen de taal versimpelen, niet omdat dat een minderwaardige vorm van taal is (ook al heb ik volgens mij iets anders beweert in bovenstaande post), maar omdat er kennelijk veel mensen zijn die de behoefte niet hebben om de subtiliteit van taal in stand te houden.
Op 22 februari 2010 om 19:40 zei Lorijn :
@Joen: Ja. Daar heb je gelijk in. Ik vind dat ook jammer, dat is een van de dingen waar ik dus ook tegenaan loop bij m’n studie
Aan de andere kant kun je je troosten in het idee dat je zelf wel de subtiliteit kunt gebruiken in je eigen taalgebruik en dat er altijd mensen zullen zijn die dat wél waarderen.
Op 22 februari 2010 om 21:42 zei Joen :
@Lorijn: En daarom negeer ik het verwijt dat ik te statig praat consequent en met veel plezier.
Op 27 februari 2010 om 22:58 zei Djoeke :
ik vind ‘t ook lelijk maar laatst hoorde ik ergens dat hun als onderwerp een voordeel heeft boven zij, namelijk dat je zeker weet dat het over mensen gaat.
Dat je dus weet dat je hard naar de kapstok moet rennen als je iemand hoort zeggen: hun hangen aan de kapstok in plaats van dat je denkt dat ‘t over jassen gaat.
In zekere zin dus taalverrijking hoewel het misschien een schrale troost is.
Op 28 februari 2010 om 1:48 zei Jurjen :
Hoe vaak hangen er dan mensen aan de kapstok? Sowieso verwijzen ‘zij’ en ‘hun’ naar een woord dat al eerder is genoemd, dus je weet al of het over personen of voorwerpen gaat.
Nee, geen taalverrijking, eerder taalverarming.
Op 28 februari 2010 om 12:04 zei Lorijn :
Geen taalverrijking, geen taalverarming, het is taalverandering. En het is wel grappig hoe (o.a.) Jurjen precies het punt bevestigt dat ik probeerde te maken in mijn column
Op 28 februari 2010 om 12:16 zei Frank :
@Lorijn: Dat doet me een beetje denken aan dat we op de basisschool nooit mochten zeggen dat iemand die gehandicapt was, en bijvoorbeeld geen benen had, minder was. Anders was zo iemand. Niet gehandicapt of mindervalide, nee ANDERSvalide. Bah.
Op 28 februari 2010 om 12:41 zei Lorijn :
@Frank: Mja, nee. Ik vind dat het niet vergelijkbaar is, hoewel ik de associatie wel snap. Maar nogmaals, dat vind ik alleen maar met m’n verstand.
Op 28 februari 2010 om 21:10 zei Djoeke :
@frank ja en dat het (bij mij) op de middelbare school zo gaat dat iemand geen lager niveau volgt maar een eh anders niveau.
Ze zijn gewoon ánders intelligent.
Maar het doet mij er ook niet aan denken. Ik denk dat het gros van de moedertaalsprekers overigens wel enkel de taal polijst. Volgens mij zijn er weinigen die er om rouwen dat we geen ck meer schrijven of dubbel o of naamvallen en dergelijke. Het had na een tijd geen meerwaarde meer en dus is het eruit geevolueerd.
Handig.
En over hun gesproken er staat in de bijbel ook ergens (of wel vaker dan ergens) : ik vergeef het hun.
Dus vroegerder werd hun ook al gebruikt zoals het eigenlijk niet mag van ons puristen.
Op 1 maart 2010 om 1:53 zei Jurjen :
Vroegerder?
Het Oude Testament komt uit het Hebreeuws (dacht ik) en de Nieuwe uit het Oud-Grieks. Ik denk dus dat er een tussentijdse vertaler naar eigen inzicht het woord heeft ingevoegd.
Op 1 maart 2010 om 21:38 zei Djoeke :
ja maar dat doet niets af aan het feit dat er eerder een bijbel was dan een woordenboek. En dat talen ontstaan door gesproken en geschreven te worden. En niet kunstmatig in stand worden gehouden door de Nederlandse Taalunie.
En dat in dat licht hun als nomatief zo gek nog niet is; mede door het bijkomstige voordeel boven ze: het duidt per definitie mensen aan, zoals ik al eerder zei.
Maar wat er met deze column moest worden benadrukt is de angst voor dit soort processen (ik ken ook iemand die ze moet schrijven :0 ) en die is inderdaad vrij duidelijk zichtbaar.
Op 2 maart 2010 om 4:17 zei Jurjen :
Jammer dat je dan niet ingaat op mijn argumenten die jouw argument voor het gebruik van ‘hun’ als nominatief verwerpen. Jouw argument is niet baanbrekend anti-angst, maar is enkel zwaaroverbodig. Scroll nog maar eens terug…
Op 2 maart 2010 om 12:26 zei Lorijn :
@Jurjen: Bij de kapstok heb je inderdaad niet vaak het idee dat het over mensen gaat, maar op de bank, op het bed, in de auto, etc kan het wel.
Maar dan is er nog iets: het woordje hun is als onderwerp is niet ontstaan ZODAT je het verschil uit kon drukken. Het wordt eerder gezien als een eventueel bijkomstig voordeel. Ik heb hierboven al in het kort uitgelegd hoe we aan hun gekomen zijn.
Eigenlijk is het ook niet echt interessant hoe het zo gekomen is (nou ja, dat vind ik wel maar ik neem aan dat het de meeste mensen geen zak kan schelen), het interessante is dat het niet meer weg te krijgen is en dat dat ontzettend veel weerstand oproept.
Op 3 maart 2010 om 20:58 zei Djoeke :
Wat Lorijn zegt en ik ook al benadrukte; de taal wordt in het gebruik altijd nog efficienter en gemakkelijker gemaakt. Blijkbaar -en ik kan me dat best voorstellen, is het voor veel mensen gemakkelijker om het verschil tussen hun en ze weg te denken. Met lelijkheid of mooiheid heeft een taal in het gebruik helaas weinig te maken. Daarvoor hebben we de poezie.
Vind je het dan niet logisch, jurjen, dat een taal dynamisch is en niet stilstaat? Lees een boek van honderd jaar geleden en de veranderingen zijn niet op één hand te tellen.
Is dat dan allemaal taalverarming?
Op 3 maart 2010 om 21:56 zei Jurjen :
Het verschil met de oude boeken is voor een groot deel spelling in grammatica. Ik keur ook niet alle taalveranderingen af, maar dativusvormen als nominatief gebruiken is in mijn ogen het doodslaan van een taal.
Poezie is op zich wel leuk (of liever nog: geef mij maar een tekstueel goed theaterstuk), maar de wat heb je eraan als niemand de woorden meer snapt? Dat taalgebruik zo versimpelt dat het alleen nog maar te gebruiken is als simpel communicatiemiddel en dat men er niet meer van kan genieten? Of moeten we straks in de slagerswinkel staan “geef mij dat vlees” in plaats van “Zou ik van u 200 gram ossenhaas mogen, alstublieft?” Dan noem ik een taal alles behalve dynamisch, dan is een taal doodgebloed.
Op 8 maart 2010 om 0:07 zei Helen :
@Jurjen: Dat je een (oorspronkelijke) objectvorm “hun” in het Nederlands ook als subject kunt gebruiken, is niet zo vreemd. Sterker nog, de concurrerende vorm “ze” is zelf ook al ambigu tussen subject en object (en ook nog eens tussen enkelvoud en meervoud, i.t.t. “hun”). Verder kunnen ook “jullie”, “je” en “u” zowel subject als object zijn en natuurlijk geldt voor nomina (en de bijbehorende lidwoorden en adjectieven) dat de naamvallen daarvan in het Nederlands al honderden jaren verdwenen zijn. Je zou kunnen zeggen dat het voordeel van “zij” boven “hun” is dat “zij” ondubbelzinnig nominatief is (net als “ik” en “jij”), maar meestal zeggen mensen “ze” en dan heb je dat voordeel al niet meer (bij “je” ook niet). Bovendien kun je ook aan andere eigenschappen van de zin al zien wat het subject is (congruentie met de persoonsvorm, woordvolgorde), net zoals je ook uit de persoonsvorm kunt afleiden of het subject enkelvoudig of meervoudig is (“hun” verwijst ondubbelzinnig naar meervoud, maar dat geldt niet voor “zij” en “ze”). Bij het zoeken naar een optimale expressie om een boodschap (intentie) over te brengen, spelen allerlei factoren een rol. Het verschil tussen de tweedepersoons voornaamwoorden “u” en “jij” is bijvoorbeeld een verschil in beleefdheid, en die factor speelt ook een rol in de keuze tussen “geef mij dat vlees” en ” zou ik van u …”. De gebiedende wijs klinkt niet erg beleefd, behalve wanneer het ‘gebod’ slechts in het voordeel van de aangesprokene is. Dus je zegt niet snel “Geef mij dat vlees” (onbeleefd) maar wel “Kom binnen” of “Ga (lekker) zitten” (niet onbeleefd). Over de argumenten voor en tegen het gebruik van “hun” als onderwerp hebben we een artikel geschreven, dat te vinden is op onze website: http://www.ru.nl/optimalcommunication/publications/leve_hun!/
Taalverandering zie ik niet als taalverarming of taalverrijking (hoewel ik het gebruik van “hun” toch wel als een soort verrijking zie, omdat het Nederlands daarmee – net als bijvoorbeeld het Biak – een persoonlijk voornaamwoord derde persoon meervoud heeft dat exclusief naar levende wezens verwijst). Naamvallen verdwijnen, maar naamvallen ontstaan ook (weer), uit (hoog frequente, gereduceerde) naamwoorden, werkwoorden of adposities. Talen veranderen voortdurend, het heeft weinig zin om dat ‘goed’ of ‘fout’ te vinden.