14 juni 2009
Loodrecht op Artikel 1
Met verbazing las ik deze week een artikel over het weigeren van homoseksuele docenten op christelijke scholen. Sinds jaren geldt dat iemand niet geweigerd mag worden op school puur vanwege het feit dat hij homoseksueel is. Om iemand te mogen weigeren moeten er “bijkomende omstandigheden” zijn, vage wetgeving dus. De Raad van State heeft een advies voor een wetswijziging opgeleverd, dat officieel nog niet openbaar is, maar door het Nederlands Dagblad is uitgelekt. In dit advies staat dat de huidige wet over het weigeren van homoseksuelen geschrapt zou moeten worden. Dat het dus wel toegestaan moet worden om een homoseksueel slechts vanwege zijn geaardheid te weigeren als docent.
De huidige situatie stelt dus dat iemand niet geweigerd mag worden slechts op het kenmerk van homoseksualiteit, de zogenaamde “enkele-feit-constructie”. Iemand mag wel worden geweigerd als bijeenkomende omstandigheden hier reden toe geven. Dit is natuurlijk een vaag begrip en daarom is de Raad van State gevraagd een advies uit te geven voor een nieuwe wet. Dit advies houdt in dat de enkele-feit-constructie geschrapt wordt.
Identiteitsbepaling
De Raad van State baseert zijn advies op Europese regelgeving. Volgens deze regelgeving mogen confessionele instellingen meer vrijheden krijgen dan andere levensbeschouwelijke organisaties. Het lijkt er dus op, zoals John onlangs al beklaagde, dat Europa wordt bestuurd door een groep christenen. De rechtvaardiging voor deze regel is dat de overdracht van ‘identiteitsbepalende normen en waarden’ in het onderwijs plaatsvindt. Wacht even, wordt er hier nu gesuggereerd dat als een homoseksuele man les geeft de leerlingen geen goede identiteit kunnen ontwikkelen en geen normen en waarden aannemen? Of dat kinderen dan ook homoseksueel worden? Of misinterpreteer ik dit? Ik vind het vrij schokkend dat de Raad van State met deze suggestie komt, omdat nu dus blijkt dat er een flinke christelijke vinger daar in de pap zit. Ook erger ik me aan de naïviteit of koppigheid van de christelijke partijen die dit voorstel toejuichen; denkt men werkelijk dat er geen homoseksuele christenen zijn? En dat homoseksuelen geen nette christen kunnen zijn? Dit advies gaat erg ver. Zelfs als blijkt dat je homo bent (buiten school), maar dit niet verkondigt op school, mag je alsnog geweigerd worden. Dit riekt naar pure haat tegen homoseksuelen en drang om hen buiten te sluiten.
Grondrechten
Het lijkt mij dus dat de voorgestelde wetging gebruikt zal worden voor discriminatie van homo’s, omdat slechts op grond van het homoseksueel zijn een leraar geweigerd kan worden. Dit staat loodrecht op het eerste artikel van de grondwet, het eerste grondrecht:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan”
Hier is geaardheid niet expliciet genoemd, maar deze valt wel onder dit artikel lijkt mij. Waarom staat het bijzonder onderwijs -wat in Nederland vooral bestaat uit christelijk onderwijs- boven de grondwet? Ik denk dat dit een van de belangrijkste grondrechten is en met de voorgestelde wetgeving wordt gelovigen gratie gegeven voor het wegnemen van dit recht. Men moet niet denken dat ik een hekel heb aan christenen, omdat ik misschien op Werkschuwtuig vaak kritisch over hen schrijf. Ik pleit slechts voor een gelijke behandeling van gelovigen en niet-gelovigen. Ik vind dat ieder mens in Nederland zich aan de grondwet moet houden, ongeacht zijn religie, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of geaardheid.
Advies
Als vervanger van de ‘enkele-feit-constructie’ stelt de Raad van State voor dat religieuze en levensbeschouwelijke organisaties eisen mogen stellen aan personeel. Deze eisen moeten dan wel “wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd” zijn met als doel “een houding van goede trouw en loyaliteit aan de godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag”. Dit is zo mogelijk nog vager dan de huidige wetgeving. Waar eerst duidelijk was dat er niet op een enkel feit gediscrimineerd mag worden, wordt nu geheel onduidelijk wat is toegestaan. De school waar de homo solliciteert zegt dat de homo niet leraar kan zijn op hun school, waarschijnlijk omdat ergens in de bijbel staat dat homoseksualiteit fout is en dat de toekomstig leraar daarom niet loyaal is aan zijn geloof. De solliciterende docent zegt goed te zijn in zijn vak, een vroom christen te zijn en daarom geschikt te zijn om het kroost de bijbelse gronden mee te geven. Nietes-welles.
Waar ligt de grens?
Een logische reactie: als scholen niet zelf mogen bepalen of ze een homoseksuele docent aannemen, waar ligt dan de grens? Heeft een school dan helemaal geen inspraak meer in welke docent er aangenomen wordt, moet er maar toegelaten worden wat beschikbaar is, omdat je anders discrimineert? Wat mij betreft mag er sowieso niet gediscrimineerd worden op kenmerken waar iemand duidelijk niet voor gekozen heeft en die ook geen belemmering vormen voor de uitvoering van het beroep. Homoseksualiteit is -zoals ik het zie dan- geen keuze. Daarom zou hierop geen onderscheid gemaakt mogen worden. Natuurlijk is dit geen perfect criterium, want zo kan je je afvragen of het dan toegestaan zou moeten zijn om in een nikaab gekleed les te geven. Maar het maakt sowieso duidelijk dat in dit geval van homodiscriminatie er maar één goede keuze is.
Ik hoop oprecht dat het kabinet het advies van de Raad van State naast zich neer legt, maar gezien de enthousiaste reacties van de christelijke partijen en diens aanwezigheid in de regering vrees ik het ergste.
Deze keer (zondag 14 juni 2009) geheel verzorgd door Mathijs.


Op 14 juni 2009 om 14:06 zei John :
Op zich ben ik er niet tegen dat een christelijke school een homosexuele kandidaat mag weigeren. Deze voldoet namelijk niet aan de identiteit die de school wil hebben. De kandidaat heeft immers nog genoeg andere opties en niets verplicht hem dan ook uitgerekend op deze school te solliciteren. Zou hij dit wel moeten (in verband met sollicitatieplicht) dan kan hij hier ook uitstekend aan voldoen en is er verder nog steeds geen man overboord.
Zo mag van mij een moslimschool een christelijke leraar weigeren, de directie van OPZIJ mag weigeren een mannelijke hoofdredacteur aan te stellen, de joodse slager mag weigeren varkernsvlees te verkopen en weet ik wat meer. Ik vind het persoonlijk strontachterlijk als ze het doen maar van mij krijgen ze deze vrijheid.
De kreet die in artikel 1 van de grondwet staat is sowieso al compleet inhoudsloos. Nederland (en daarmee bedoel ik niemand uitgezonderd) discrimineert er op los en zolang het niet kwetsend is maakt ook niemand er een probleem van.
De gemiddelde jongen heeft in een bar echt wel eens een meisje een drankje aangeboden omdat hij haar wel zag zitten. Hij discrimineert daarmee feitelijk alle andere aanwezigen in de kroeg omdat deze een bepaald kenmerk niet hebben. Niets mis mee maar als je het volgens de letter van artikel 1 bekijkt strafbaar.
Ik zou me dan ook niet zo druk maken om dit advies van de Raad van State en heb zelfs nog een veel beter advies voor de werkzoekende homosexuele leraar. Sticht een lekkere homoschool en hou die fundamentalistische christenen lekker buiten. Kun je ze fijn terugpesten
Op 14 juni 2009 om 17:43 zei Cententeller :
Hmm ik heb eens gekeken en weet nog niet precies hoe het zit maar artikel 1 gaat vooral over overheid tegen burgers en niet over burgers onderling. Het is echter wel zo dat het deels toepasbaar is op burgers. Hoe zit dat precies? Oa via de wetten die de overheid maakt.
Op 6 februari 2010 om 1:17 zei Mathijs :
http://www.coc.nl/dopage.pl?thema=any&pagina=viewartikel&artikel_id=3318
De wet houdt dus niet alleen in dat homoseksuele docenten geweigerd mogen worden, maar ook homoseksuele leerlingen. Iets met een stap, te ver en christendom in de politiek.
De misselijkmakende arrogantie van het Reformatorisch Dagblad over deze kwestie:
“Het politieke debat over de enkelefeitconstructie –dat maandag wordt hervat– gáát ergens over, namelijk over het grondwettelijke recht van christelijke scholen op een eigen benoemingsbeleid.”
Waar vind ik dit terug in de grondrechten? Ik kan het niet vinden. Wat ik wel kan vinden is Artikel 1, waar ook onze christelijke scholen zich aan dienen te houden.
Op 6 februari 2010 om 11:32 zei John :
@Mathijs: In hoeverre mag je toetsen dan aan artikel 1 van de grondwet? In dit geval lijkt me dit een wet die aangenomen gaat worden door de wetgever (als het zover komt) en die mogen volgens mij niet eens getoetst worden aan artikel 1.
Op 6 februari 2010 om 11:55 zei Frank :
@John: Het lijkt me niet dat wetten zomaar strijdig met elkaar mogen zijn.
Op 6 februari 2010 om 12:14 zei Bootvis :
Jurist in de zaal? Want volgens mij mag dat wel in Nederland. Alleen de Raad van State(?) mag toetsen aan de grondwet. Wij hebben niet het Amerikaanse systeem waar de hoogste rechters dat mogen doen.
Op 6 februari 2010 om 15:52 zei Jurjen :
Voor zover ik weet, mogen wetten inderdaad niet strijdig met elkaar zijn. Mocht dat ‘per ongeluk’ wel gebeuren, dan lijkt mij dat een grondwet krachtiger is dan een andere wet. Kortom: bij de eerste rechtszaak kan makkelijk aangevoerd worden dat de homoleerling/-leerkracht zich niet als een gelijke behandeld voelt.
Tenzij de wet zodanig wordt geschreven als zijnde een uitwerking van artikel 1. Dan wordt het iets lastiger. Maar gaan we hier nou niet tegen de universele rechten van de mens in met zo’n wet?
Op 6 februari 2010 om 18:20 zei John :
Volgens wikipedia mag in ieder geval een rechter niet aan alle artikelen van de grondwet toetsen. Het zou echter wel aan artikel 1 getoetst mogen worden volgens dezelfde pagina. Hoe dit zich dan weer verhoudt tot artikel 120 van de grondwet “De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen” is echter een goede vraag. Toch maar die jurist?