28 maart 2010
Katholieke onschuld
Mijn moeder is katholiek en in de jaren 30 opgegroeid in Dronrijp, en ze wist me te vertellen dat mijnheer Pastoor vroeger bij katholieke gezinnen langs ging, om te vertellen dat er (nog meer) kindertjes moesten komen. Het was de tijd van grote gezinnen, mijn moeder had 12 broers en zusters.
In de jaren ’50 was mijn vader protestants en mocht daarom niet met mijn moeder trouwen, tenzij hij katholiek werd. En dat is hij dus dan ook geworden. Hij moest van de pastoor een cursus katholiek of zo volgen en werd na goed resultaat gedoopt.
Ongeveer 40 jaar geleden (ik was toen een jaar of 9) liep ik achter de pastoor aan met belletjes, kaarsjes en kelk met wijn. Ik deed altijd mijn best de rituelen goed af te handelen en moest meestal misdienaar spelen voor ik naar school ging. Voor de mis kleedden we ons om, ik droeg dan een toog, en ik hielp mijnheer pastoor in zijn pij. Hij haalde altijd wat spulletjes uit een kluis voor hij begon, ik weet helaas niet meer wat. Als ik er aan denk voel ik de mystiek van dat ritueel nog.
In die doordeweekse ochtenden zaten er hooguit een man of vier in de kerk. Oude hoestende bejaarden die naar hun tenen zaten te kijken omdat hun nekspieren het aflegden tegen de zwaartekracht, die hun zware vermoeide hoofden als door een gespannen elastiek naar beneden trok. Die oudjes staken altijd hun tong uit voor de hostie, wat ik nogal smerig vond, maar mijnheer pastoor legde er altijd minzaam een hostie op, waarna de grijsaards het voorzichtig in hun mond lieten smelten, bang als ze waren een stukje Jezus te beschadigen. Toen ik afscheid nam van het misdienaar zijn gaf Pastoor Hendrix, zo heette hij, mij een prachtige aansteker. Ik was nog geen 12, rookte niet, maar dat gaf niet, ik voelde mij erg vereerd.
Op school kregen we les van nonnen die in een klooster bij, als ik het me goed herinner, Marssum woonden. Er stond me nooit echt iets bijzonders of vreemds bij uit die tijd wat nonnen en Pastoors betreft. Als kind neem je de dingen zoals ze zijn.Ik weet nog dat een van de nonnen, een prachtige vrouw, uittrad en trouwde, ze was gewoon te mooi om met iets vluchtigs als Jezus te trouwen. De hoofdnon had een VW Kever, en ieder jaar kocht ze een nieuwe, ik vond die auto’s altijd prachtig. Als ik nu een Kever uit die tijd zie, of erin zit, komt het gevoel van toen helemaal in mij terug.
Op haar verjaardag vroeg ze een keer of we ook een wens hadden, en iemand was zo slim om te vragen of ze voortaan die nonnen-kap wilde afdoen, en tot onze verbazing deed ze dat. Ze heeft daarna die kap nooit meer opgezet, de andere nonnen volgen spoedig haar voorbeeld. De tijden waren zichtbaar aan het veranderen.
Onze pastoor was een liberaal modern type en hij was lid van een vernieuwende beweging, die vond dat gehuwde priesters zou moeten kunnen. De hoofdnon ‘zuster Zaverie’ bleek moderner dan ieder had verwacht, ze trouwde namelijk met mijnheer pastoor, en samen verdwenen ze met de noorderzon. We hebben ze nooit weer terug gezien.
En dan hoor ik nu over het seksueel misbruik van katholieke priesters. Hoe onschuldig was het allemaal toen ik kind was, ik heb in mijn geheugen gespit of ik me iets vreemds kon herinneren, maar nee, het lijkt erop dat in onze parochie zich niks van dien aard heeft afgespeeld. Het katholieke gebeuren in ons dorpje was te modern, moderner dan het nu is.
Deze keer (zondag 28 maart 2010) geheel verzorgd door Johan.

