14 oktober 2009

De journalistieke opleiding en het representatieve vraagstuk

Van de journalisten die nu lesgeven bij de Master Journalistiek en Media aan de UvA, hebben de meeste zelf nooit een opleiding tot journalist gevolgd. Via omwegen, en vooral via via, kwamen ze uiteindelijk bij de pers terecht. Een hele andere weg dan hun studenten nu afleggen. Gaat het selectieproces dat wij doorstaan, uiteindelijk ten koste van de representatieve functie van de media?

narcistenWie kort in de levensgeschiedenissen duikt van de grotere journalistieke namen, merkt op dat deze mensen rond de leeftijd van de huidige studenten journalistiek eigenlijk prutsers waren. Matthijs van Nieuwkerk voltooide nooit zijn studie Nederlands, Paul Witteman mislukte als pianist, Jan Blokker begon twee studies, maar voltooide er geen. Hun studententijd stond in het teken van nevenactiviteiten.

Creativiteit en betrokkenheid, dat waren toverwoorden. Daarom rommelden de gesjeesde studenten wat bij studieblaadjes en schimmige bewegingen totdat ze, min of meer per ongeluk, de landelijke pers in struikelden. Hun prille talenten werden daar door de oude rotten van het vak bijgeschaafd en na een lange periode van zichzelf bewijzen, mochten ze zichzelf dan journalist noemen. De chaotische prelude had als groot voordeel dat de aanstormende grote journalisten gedurende lange tijd een eigen identiteit en achtergrond hebben kunnen ontwikkelen, waarmee ze later een eigen licht op actualiteiten hebben kunnen werpen. Ze vonden hun weg naar de pers via de moeilijke methode: heel veel proberen, heel zelden slagen.

shoppersIk schijn met mijn medestudenten te behoren tot een groepje uitverkorenen: de aanstaande pers. Na zware selectierondes is mijn achtergrond en ervaring door enkele vakmensen geknipt bevonden voor het beroep van journalist. Ik heb mij bewust laten selecteren, zoals een vrucht van generatie-Y waardig: al vanaf mijn zeventiende heb ik er alles aan gedaan om mijn c.v. voldoende journalistiek op te leuken. En ik werd, geheel volgens plan, toegelaten.

Iedere dag krijg ik een massa informatie aangereikt die een wereld voor me opent. Met elke tik op de vingers heb ik het gevoel een iets betere schrijver te zijn geworden. Een betere deur die toegang verschaft tot een plaatsje bij een dagblad is er niet. Maar toch vraag ik mij steeds meer af of een dergelijke uniforme opleiding de kwaliteit van de journalistiek in Nederland uiteindelijk ten goede komt.

Ondanks dat wij, studenten journalistiek, verschillende studies hebben gevolgd, hebben we vooral veel gemeen. We hebben de discipline gehad om niet alleen een academische studie te voltooien, maar ook om dat volgens de eisen van de selectiecommissie te doen: ruim voldoende en op tijd. Daarbij hebben we aan de vereiste nevenactiviteiten deelgenomen: een beetje buitenland hier, een stageplaatsje daar, een studentenblaadje tussendoor. En nu worden we door dezelfde vakmensen die ons uitkozen, verder opgeleid tot gedegen onderlegde journalisten die breed inzetbaar zijn en staan wij vooraan om een prominente stage te bemachtigen. Over ruim een jaar, zo is de theorie, zijn we klaar voor de werkvloer.

pennenMaar dan. Door het selectieproces zie ik het risico dat er een eenzijdiger journalist ontstaat. In plaats van een allegaartje aan kritische mensen dat op eigen kracht zijn weg naar de redacties heeft kunnen vinden, zullen landelijke redacties door de journalistieke Masters toenemend gaan bestaan uit geslaagde academici. En op dit punt kan dezelfde kritiek worden gegeven als op een parlement dat voornamelijk bestaat uit personen die zich voor hun ontwikkelingsproces uitsluitend binnen universitaire gelederen hebben voortbewogen. Een gebrek aan representatie.

Kwaliteitsmedia zouden wat mij betreft de eigenschappen moeten hebben dat ze de maatschappij kennen en aanvoelen. Ik vraag me daarom af of bij de selectie van nieuwe journalistieke aanwas levens- en werkervaringen niet zwaarder moeten wegen. Waar zijn de it’ers onder ons? Of de doorgewinterde ondernemers? Wie heeft er verstand van de dagelijkse gang van zaken in de zorg, of in de politiek? Natuurlijk, taalgevoel en een analytisch brein zijn must-haves voor een journalist. Maar ik durf te betwijfelen of die eigenschappen alleen zijn weggelegd voor hen die met een academisch papiertje kunnen wapperen. En vice versa.

Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.nl Voeg toe aan TagMos.nl Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Deze keer (woensdag 14 oktober 2009) geheel verzorgd door .

Er zijn 11 reacties geplaatst.

  1. Gravatar

    Op 14 oktober 2009 om 15:26 zei Rik : Reageer op deze reactie

    En de HBO-scholieren dan? Of is dat ook academisch. Vanwege IPhone geen lange comment, maar ik ben het niet eens met je conclusie.

  2. Gravatar

    Op 14 oktober 2009 om 15:59 zei Lise : Reageer op deze reactie

    Ik heb geen conclusie, het gaat me om de discussie. Maar HBO-studenten krijgen minder makkelijk toegang tot stageplaatsen en dus tot werkplaatsen op de redacties later

  3. Gravatar

    Op 14 oktober 2009 om 18:56 zei Bootvis : Reageer op deze reactie

    Maar wat maakt die selectieprocedure zo zwaar en waarom biedt de opleiding gegarandeerd journalistiek succes?

    Misschien worden jullie allemaal binnen zes maanden voorbij gestreefd door anderen?

  4. Gravatar

    Op 14 oktober 2009 om 19:01 zei Lise : Reageer op deze reactie

    Er worden 30 mensen geselecteerd op cv en cijfers. Je moet een academische bachelor hebben voltooid. Zo’n 200 sturen er een brief, daarvan worden er 60 op gesprek genodigd, en soms ook nog op een tweede gesprek. Je krijgt veel les van journalisten, dat is toegangsdeur een. Bovendien krijg je gegarandeerd een schaarse stageplaats bij een prominent medium, dat is toegangsdeur twee. Ten slotte hebben de Masters Journalistiek een goede naam en kunnen docenten je makkelijk bij de media aanbevelen. De linkjes zijn kort. Je hebt dus zeker wel een grotere kans om goed terecht te komen.

  5. Gravatar

    Op 14 oktober 2009 om 21:03 zei Bootvis : Reageer op deze reactie

    Ja ok, ik zei niet dat je slecht zal starten, m’n punt is/was dat een start alleen niet zaligmakend is. Dat betekent dus ook dat mensen zonder master ook goede kansen hebben (op termijn).

  6. Gravatar

    Op 14 oktober 2009 om 21:53 zei Frank : Reageer op deze reactie

    Dit bevestigt toch stiekem wel een beetje al die vooroordelen dat die hele (oude) mediawereld een groot ons-kent-ons wereldje is…

  7. Gravatar

    Op 15 oktober 2009 om 23:46 zei Jurjen : Reageer op deze reactie

    Met andere woorden: de selectiecommissie kiest haar opvolgers. De leden kiezen studenten waarvan zij vinden dat ze het meest geschikt lijken om journalist te worden (het meest op hunzelf lijken, aangezien zij reeds journalisten zijn). Maar de vorige journalisten waren amateurs die aanklooiden en ‘toevallig’ een baantje aan de top konden krijgen.

    De conclusie kan dus beter zijn: de maatstaf is amateur geluk?

  8. Gravatar

    Op 24 april 2010 om 12:31 zei Renee : Reageer op deze reactie

    @ Lise, ik ben het gedeeltelijk met je eens, naast hoogopgeleide schrijvers hebben de media ook behoefte aan mensen die zichzelf op een andere manier weten te bewijzen dan hun diploma. Mensen uit het veld, om het zo maar even te zeggen. Toch denk ik wel dat jouw verhaal iets overdreven is. Naast dat groepje streng geselecteerde masterstudenten sturen vier grote hogescholen jaarlijks honderden studenten het beroepsveld in. De hbo-journalistiekstudent onderscheidt zich niet door zijn uitgebreide kennis op economisch, sociaal, of juridisch vlak, maar op zijn praktische ervaring.

    Tijdens deze vierjarige bachelor komt je als student om in de meest uiteenlopende opdrachten. In de eerste anderhalf jaar ligt de focus nog zwaar op schrijven, de rest van de opleiding kun je voor een groot deel zelf invullen; de diehard schrijver kiest andere vakken dan de radioman, maar aan het einde van de studie kun je hoe dan ook zowel met radio en tv, als krant en internet overweg. Er zijn talloze uitjes naar verschillende instanties en groeperingen; schrijf maar een verslag over het leer-werktjaject op het mbo, interview de boze Urker die geen windmolens in zijn achtertuin wil. Er wordt ontzettend veel aandacht besteed aan doelgroepgericht rapporteren. Voor wie maak je dit? Volgen zij je nog, of is het te lastig?

    Een belangrijk onderdeel van de studie zijn de zogenaamde redacties en de twee stages. Je kiest minimaal één mediaredactie en één inhoudredactie. Bij een mediaredactie zet je bijvoorbeeld drie maanden lang je eigen radioprogramma op, bij een inhoudredactie verdiep je je bijvoorbeeld in het onderwerp mensenrechten, of politiek. Als je toe bent aan een stage kom je eerst altijd bij een regionale omroep of dagblad terecht. De tweede geeft toegang tot een landelijk medium. Op deze manier krijg je de kans voor het kneuterige, maar ontzettend leerzame Roulette FM en Trouw te werken.
    Hbo’ers hebben minder kans op prestigieuze stageplekken? Kom nou. Natuurlijk hangt het van de vraag af; geef mij alsjeblieft een econoom als de economieredactie om kennis verlegen zit. Maar er is wel degelijk plek voor een scherpe interviewer, een veelbelovende presentator, of goede bureauredacteur.

    Daarnaast biedt de minor iedere student de mogelijkheid zich te verdiepen in wat hij belangrijk of interessant vind. Voor een halfjaar wordt je vrijgelaten te studeren waar je maar wilt, praktisch wat je maar wilt. Ik denk dat veel mensen gedurende de minor, stages, of redacties ontdekken waar hun kracht ligt, waar ze willen werken. Naar mijn idee leveren de hogescholen daarom een ontzettend diverse studenten af. Sommigen zijn ambitieus, anderen ontmoedigd, anderen lachen zich rot omdat ze er doorheen zijn gefietst. Hoe dan ook, deze journalisten zijn wat mijn betreft een hele goede aanvulling op de acedemisch geschoolde journalisten. Het zijn mensen afkomstig van alle niveaus; havo, atheneum en mbo. (Met een mbo4-diploma kun je naar de hogeschool) Deze mensen zijn representatief voor een groot deel van de maatschappij waar een academicus vrijwel nooit mee in aanraking komt.

    Ja, de theoretische kennis van de hbo-journalist zuigt, maar praktisch gezien zijn ze de academici de baas. Pas als de universiteiten met een bachelor journalistiek komt, ga ik me zorgen maken maken;).

  9. Gravatar

    Op 25 april 2010 om 10:05 zei Bob : Reageer op deze reactie

    Journalistiek…

    Het blijft toch schrijven over mensen die wel wat doen met hun leven.

  10. Gravatar

    Op 25 april 2010 om 20:14 zei Djoeke : Reageer op deze reactie

    ik heb net een stage achter de rug bij de Vrij Nederland en wat je daar zag was dat vrijwel niemand heel erg veel deed met de kennis die ze hadden opgedaan. De politiek journalisten hadden geen politicologie gestudeerd, de misdaadverslaggever had geen rechten gestudeerd..

    Ze zeiden daar dat het enige wat van belang was de bepaalde academische manier van denken hebben. En gewoon interesse en journalistiek talent. Kennis ‘uit het veld’ doe je toch niet op op de universiteit. Dat leer je alleen maar in de praktijk.

    Het viel me wel op dat de opleiding journalistiek daar een vies woord was. Ze vroegen zich oprecht af waarom die opleiding er was. In welke zin zijn ze dan academici de baas als de werkvloer ze liever niet heeft ga je je dan afvragen.

  11. Gravatar

    Op 25 april 2010 om 22:45 zei Frank : Reageer op deze reactie

    Qua spelling – toch niet geheel onbelangrijk in de journalistiek – delven HBO’ers bovendien sowieso het onderspit als ik dit allemaal zo zie… :P






120 woorden is meer dan genoeg!