17 maart 2010

De Artappapa’s

Wanneer we het hebben over vooroorlogse kinderliteratuur zullen de titels van Dik Trom (C. Kieviet) en Pietje Bell (Chris van Abkoude) waarschijnlijk bij velen in onze tijd nog positieve associaties oproepen. Terecht want mensen met een leesgraag verleden hebben waarschijnlijk een boel uurtjes met rode wangen boven deze avontuurlijke Kluitman jongensboeken gezeten. Wat mij altijd verbaast is de weinige herkenning die de naam J.B. Schuil oproept.

Eveneens een jongensboekenschrijver van formaat en zonder enige vorm van gedateerdheid die jeugdboeken heeft geschreven op een manier die mijns inziens nooit is geëvenaard. Boeken over ondeugende jongens met een goed hart zijn er, zeker in die tijd en ook nog tot vervelens toe na die tijd blijven verschijnen maar het grote verschil is dat J.B. Schuil als geen ander de gave had de jongenszielen van complexere karaktereigenschappen te voorzien dan van Abkoude, Kieviet en later natuurlijk Hotze de Roos deden.

Ik zou dan ook durven stellen dat J.B. Schuil een van de weinige zo niet de enige vooroorlogse jeugdboekenschrijver met literaire klasse is. Een mooi voorbeeld van deze complexe en toch zeer herkenbare manier van schrijven is het boek de Artappapa’s. Dit is een verhaal over twee prinsjes die vanuit Afrika naar Nederland komen om daar betere opvoeding en onderwijs te genieten. De associaties die dit gegeven ongetwijfeld oproepen zijn niet toevallig: Arthur Japin heeft zich met zijn boek de zwarte met het witte hart op dezelfde historische gebeurtenis gebaseerd en is zelfs destijds door het literaire blad de Gids plagiaat verweten. Persoonlijk zou ik de Artappapa’s aanraden voor een veel geloofwaardiger en persoonlijker beeld van de prinsjes.

In dit boek wordt op prachtige wijze de intense vriendschapsrelatie beschreven tussen het Afrikaanse jongetje Bloemhof en zijn pleegbroertje Puk (Bloemhof zou zich voor Puk in stukjes laten hakken). Deze vriendschap gaat zo diep dat Bloemhof sterft als hij weer teruggaat naar huis. Zware onderwerpen voor jeugdliteratuur maar op zo’n mooie en bijna vaderlijke manier beschreven dat je als kind er op de juiste manier een traantje bij wegpinkt. Tussen deze dieptreurige en ontroerende momenten, heeft Schuil ook meer dan genoeg komische en hachelijke situaties beschreven, met name opgewekt door het kromme Nederlands van de prinsjes Ook in zijn andere boeken: De katjangs (over twee indische jongens die bij hun tantes in Nederland komen wonen en waarbij verschillende culturen op een mooie manier in botsing worden gebracht), Jan van Beek (over het harde en tegelijkertijd spannende kostschoolleven), de AFC’ers (over een voetbalteam wat ook naar de kostschool wordt verbannen), Rob en de stroper van Tjot-Idi (een jongen die wordt ‘doodverklaard’ door zijn vrienden) en tenslotte een soort sleutelroman Hoe de katjangs op de kostschool van Buiki kwamen, waarin een aantal personages uit de op zichzelf staande boeken elkaar tegenkomen op de kostschool, kenmerkt Schuil zich door zijn vermogen prachtige en komische situaties te creëren.

Het zijn allemaal boeken met vrij heftige onderwerpen, waarin andere culturen en vormen van omgang zonder oordelen naar voren worden gebracht en die zich kenmerken door de prachtige schrijfstijl en een enorm gevoel voor humor. Ik zou elke (volwassen) lezer bij dezen willen oproepen zich eens te gaan verdiepen in dit staaltje vergeten jeugdliteratuur en ik kan wel zeggen dat ik jaloers ben op de mensen die het voorrecht hebben deze boeken nu voor het eerst te mogen lezen.

Meer lezen? Dit artikel maakt deel uit van de serie 'In de boekenkast'. Deze serie bevat momenteel 5 artikels.
Stem of voeg toe aan:  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Bligg.nl Voeg toe aan TagMos.nl Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Deze keer (woensdag 17 maart 2010) geheel verzorgd door .

Er zijn nog geen reacties geplaatst.