9 mei 2010
Blokker probeert journalisten hoop te geven
De titel luidt ‘Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek’, maar met uitzondering van Jan Blokker, zo blijkt na bestudering van de inhoud. In eerste instantie leest Blokkers boek, dat begin dit jaar werd uitgebracht, als een geschiedenis van de schrijvende pers in de Westerse wereld.
Dat komt waarschijnlijk doordat een deel van de teksten afkomstig is uit eerder gepubliceerde artikelen, recensies of voordrachten die de paar kernpunten mooi van aardige framing konden voorzien. Met als bezwaar dat het boek soms leest als een samenraapsel van weetjes, ervaringen en inzichten.
In dat opzicht loopt Blokker in zijn boek aan tegen een probleem waar veel columnisten mee kampen: ze kunnen zo goed in kernachtige bewoording een sprintje trekken, dat honderdvijftig pagina’s samenhangend uitwijden over één onderwerp, toch een hele uitdaging blijkt.
De inhoudsopgave is ingedeeld tien hoofdstukken waarvan er drie zogenaamde ‘persoonlijke intermezzo’s’ behelzen. Daarin beschrijft Blokker in zijn vertrouwde aansprekende, maar informatiedichte (dus wel je kop erbij houden!) schrijfstijl zijn eigen journalistieke loopbaan met een daaraan gekoppeld kijkje in de keuken van een paar van de grootste kranten. Vooral Het Parool komt er daarbij goed vanaf, onafhankelijk als het is opgezet als het gaat om politieke of religieuze kleur.
In de andere hoofdstukken is door de geschiedschrijving heen duidelijk te proeven dat de kranten volgens Blokker te vaak hun hoofd hebben laten hangen zodra moeilijkheden als ontzuiling, televisie, Pim Fortuin of internet om de hoek kwamen kijken. ‘Wees trots op jezelf!’, zo lijkt hij de journalisten toe te willen schreeuwen. ‘Hou je bij je journalistieke principes en vaar verder gewoon mee met de tijdgeest. Wie weet waar het schip strandt!’
Degene die dus daadwerkelijk op zoek is naar antwoorden op de prangende vraag hoe het nu verder moet met de papieren media, moet het uiteindelijk doen met een Obama-conclusie: hoop. Maar nadat hij honderdvijftig pagina’s zo liefdevol over zijn vakgebied heeft geschreven, zal ik niet degene zijn om het hem te ontzeggen.
Deze keer (zondag 9 mei 2010) geheel verzorgd door Lise.

